“Laat je niet gek maken door die oude gekken”, zei de oude gek. Door wie laat jij je gek maken? Twaalfde van een serie van zestig monologen van Linji.

 

Meester Linji zei: Doorlopers, diep vanbinnen weet je nu al dat er niets te doen is en nooit te doen is geweest. Maar je wilt het niet weten, dus blijf je maar doen alsof. Als een hond die voortdurend zijn staart najaagt. Als de zogenaamde bodhisattva die angstvallig binnen de grenzen van het Zuivere Land verblijft, het aardse afwijst en het heilige nastreeft; die maar blijft omarmen en verwerpen, beheerst door ideeën over zuiverheid en onzuiverheid.

Zo werkt het niet in onze chan-school. Doorzicht komt niet geleidelijk maar ineens. Mijn onderricht stelt niets voor. Het is een doekje voor het bloeden. Een fopspeen voor de zuigeling. Er is helemaal geen leer. Ik klets maar wat. Wie dit begrijpt is een ware nestvlieder en hoeft niet langer op zijn eieren te zitten.

Doorlopers, ga je nou niet op je borst lopen slaan omdat je je hebt laten inpalmen door een of andere oude meesteroplichter. Je welbespraaktheid bewijst niets, behalve dat de duivel in je is gevaren. Wie chan heeft, is het kwijt. Maar wie chan kwijt is, heeft het. Wie de weg kent, is hem kwijt. Maar wie de weg kwijt is, kent hem.

De ware Wegwerker maakt zich niet druk over de wereld, maar kijkt er dwars doorheen. Wie overal doorheen kijkt, heeft niets meer te doen. Niets aan te doen.

 

Deze tekst maakt deel uit van Niet te geloven: de Linji-lu.

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu