“Laat je niets wijs maken door die oude wijzen”, zei de oude wijze. Wat laat jij je allemaal wijsmaken? Achtenvijftigste van een serie van zestig dialogen van Linji.

 

Toen Linji bij meester Fenglin was aangekondigd, zei deze al te beleefd: “Ik zou graag iets aan de orde stellen. Staat u mij toe?”
“Zachte heelmeesters maken stinkende wonden”, zei Linji.
“De maan schijnt zonder schaduw over zee / En nog verdwaalt de vis”, dichtte de meester.
“De maan schijnt zonder schaduw over zee / En nooit verdwaalt de vis”, antwoordde Linji.
“Ik ken de golven aan de wind / Ik ken de boten aan hun zeil”, declameerde de meester.
“Daarboven schijnt alleen de maan / En als ik lach dan kolkt de zee”, antwoordde Linji.
“Je tong reikt verder dan het zwerk / Maar waarmee eet je dan je rijst”, probeerde de meester.
“Ontmoet je een zwaardvechter, reik hem je zwaard,” zei Linji, “maar dicht niet met wie geen dichter is.”
Meester Fenglin viel stil.
Linji citeerde: “De Grote Weg is onvergelijkelijk en reikt van oost tot west. Nog feller dan een bliksemschicht, nog sneller dan het licht.”

Meester Guishan zei: “Als de Grote Weg werkelijk zo snel is, hoe zouden we hem dan ooit in woorden kunnen vangen?
“Wat denkt u zelf, eerwaarde?” zei Yangshan.
“Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel”, zei meester Guishan.
“Dat zegt u”, zei Yangshan.
“Wat zeg jij?” zei de meester.
“Woorden maken deel uit van de Grote Weg”, zei Yangshan.

 

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu