Bijna vier jaar na de dood van mijn oudste zus- ze overleed aan de griep,  sloot ik deze week de door mij gevoerde administratie van haar nalatenschap af. De ordner met nota, brieven, wensen en belastingaanslagen is leeggemaakt, de papieren in een vuilniszak afgevoerd. Na betaling van al haar verplichtingen en die van de erven, bleef er tweeëntwintig euro over. Die heb ik vanmiddag aan een straatkrantverkoper geschonken.

Mijn zus was mijn zus maar geen gemakkelijk mens. Op de laatste avond voor de uitvaart namen maar vier mensen afscheid van haar: een nichtje en haar man, een nicht die voor haar zorgde maar met haar brak en ik. Gelukkig merkte mijn zus in haar kist die geringe belangstelling niet. Zij leefde in de gedachte dat veel mensen van haar hielden en om haar gaven. Sommige mensen kwamen op haar uitvaart omdat ik die namens haar had georganiseerd. We komen voor jou, zeiden ze.

Gisteren sloot ik een periode van administratieve werkzaamheden af. Waarom dat deze week was, weet ik niet. Iets in mij zei dat ik het nu maar moest doen. Ik keek nog even in de PC wat financiële verslagen over de nalatenschap na. Of alles wel gegaan was zoals ik haar beloofd had tijdens haar leven. En ik kwam een brief van haar tegen.

‘Ik weet niets meer, het is toch al niet zo’n leuk karweitje. Als jullie dit lezen ben ik er niet meer. Ik hoop dat alles duidelijk is en dat jullie er met elkaar voor zorgen. Ga na de crematie maar met z’n allen eten. Allemaal het allerbeste,’ schreef mijn zus.

Haar brief, die ik totaal was vergeten, hakte er bij mij geweldig in. Stil las ik haar tekst. Er sprak zoveel eenzaamheid uit. Ik voel me ellendig en schuldig dat ik haar niet de aandacht kon geven die ik wel heb voor mijn vriend de straatkrantverkoper. Het verdriet dat ze anderen aandeed verduisterde mijn gevoelens. Waardoor ik juist die ene mens buitensloot. Ik heb nog veel te leren.

Moedig voorwaarts!

BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, heimwee naar Chef,  de Kloosterbunker, Bunkerstad, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij  corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen, het abonnement op te zeggen- wat niet kan. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren. De politiek de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. Kwaad spreken over Feyenoord. Breken met de familie. Het haten van planten en groenten. Aantijgen of beschuldigen. Het stopzetten van gedachten.

Categorieën: Columns, Joop Hoek
Tags: , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

2 reacties op Het jaar 2017 – de tweehonderdenvijfenzestigste dag – mijn zus

  1. Marcel Rouweler schreef:

    Moedig mens zelfs zonder erkenning; petje af!

  2. Paul schreef:

    Mooie tekst.

Menu