Cabaretier en programmamaker Jörgen Raymann vertelde in het prachtige EO-programma De Kist tegen interviewer Kefah Allush dat verdriet nooit over gaat, dat je het hoogstens een plekje kunt geven, maar dat het niet minder wordt. Jörgen vertelde dat naar aanleiding van de plotselinge dood van zijn zusje Peggi. Het was een dramatisch maar ook prachtig en intensief moment toen hij zich daarover uitsprak. Twee mannen in een ruimte, sprekend en luisterend.

Ik heb dat soort zaken nooit een plaatsje kunnen geven. Ik zou niet weten waar en hoe. Het verdriet van toen is in het nu nog steeds zo heftig aanwezig. Niet dat ik elke dag verdrietig ben, oh nee, maar ik ken geen plek om het verdriet in op te bergen dus leef ik met dat verdriet als het om aandacht vraagt.

Het zijn er paar zaken waar ik verdrietig om ben. Nee, niet de dood waarmee ik in mijn leven geconfronteerd ben. Dat is een ander verdriet, dat is missen en ook blij zijn dat ik die mensen heb gekend. Ze vormden mijn wezen en bestaan. Dat is mooi missen.

Verdriet is bij mij gekoppeld aan voor altijd afscheid nemen van nog levende mensen die mij dierbaar zijn. Met wie ik veel heb gedeeld. Dat laat diepe krassen na op mijn ziel. Mijn verstand doet er koel en afstandelijk over. Het verdrietstemmetje zegt ‘als je toen zo en zo had gehandeld, of niet gedaan had, of wel gedaan had, liefdevoller en begripvoller was geweest, dan was dit verdriet jou bespaard gebleven’. De laatste tijd heb ik steeds meer van die momenten. Ik ben in de herfst van mijn leven aangeland en ben andere wegen ingeslagen dan enkele anderen met wie ik deelde.

Mijn boeddhistische leraar zegt dat ik met die momenten van verdriet en pijn geen kant op kan, dat ik moet proberen dat los te laten. Dat is weer een variant op een plekje geven. Dat verdriet zonder plekje ervaar ik ook als een boeddhistische oefening, dat het leven lijden kent. En dat dat verdriet er ook mag zijn zonder plekje. Net als bij Raymann.

Moedig voorwaarts!

BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, heimwee naar Chef,  de Kloosterbunker, Bunkerstad, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij  corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen, het abonnement op te zeggen- wat niet kan. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren. De politiek de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. Kwaad spreken over Feyenoord. Breken met de familie. Het haten van planten en groenten. Aantijgen of beschuldigen.

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

3 reacties op Het jaar 2017 – de tweehonderdenvijfenvijftigste dag – de kist

  1. Jos de Vries Spaans schreef:

    Dank je wel Joop, voor dit mooie stukje tekst.

    Ze raakt me, komt binnen.

    Herkenbaar in alle facetten die je beschrijft.

    “Verdriet een plaats geven” zijn voor mij persoonlijk ook woorden die te kort schieten, hoe er mee om te gaan.

    Treffend hoe je beschrijft dat er geen plek is waar je verdriet kunt plaatsen of parkeren. Er mee leven en dealen in al zijn facetten van smart wél! Daar herken ik mijn rouwprocessen in.

    Moedig voorwaarts :-) !

    Jos de Vries Spaans

    ZenHilversum

  2. WAM van Loenen schreef:

    Momenten van verdriet en pijn loslaten, vanwege dierbaren die je kwijt of uit het zicht verloren bent, vind ik zo dichtbij liggen bij ‘je gevoel verdringen’. Een discrepantie tussen psychologie en Boeddhisme? Bedankt Joop voor je openheid.

  3. Stiltespinster schreef:

    Mooi geschreven Joop, een leven zonder lijden bestaat niet.
    Leven geeft nu eenmaal lijden, alleen al het besef dat je álles op een zekere tijd los moet laten. En dat heet: over-lijden.
    Het besef dat ieder worstelt met verdriet, in welke vorm dan ook, doet mij in mildheid naar anderen kijken.

Menu