In een land hier ver vandaan leefde eens een brulkikker. Hij woonde in een groot, wit huis en was door andere kikkers, brul-groene-zwarte-gele en nog veel meer andere soorten tot hun baas gekozen. Daar kregen ze later spijt van, maar daar gaat het hier niet over. Deze brulkikker kon brullen als geen ander. Over alles had hij wel een mening, meer een oordeel, en stak die niet onder een lelieblad. Zijn oordelen waren niet gestoeld op enige intelligentie of kennis en hadden de diepgang van de Maas bij eb.

De hoofd brulkikker genoot erg van zijn positie. Hij liep neuriënd en dansend en grapjes makend en onzin uitkramend die hij zelf voor wijsheid hield door zijn grote, witte huis en waande zich de leider van het mondiale kikkerland. De hoofd brulkikker, laten we hem het Hoofd noemen, sprak onsamenhangende taal, maakte zijn zinnen niet af, zodat zijn hofhouding en de gansche gemeenschap niet wist waar ze aan toe was. Hij stak als een Popie Jopie joviaal zijn duim op als hij het naar de zin had, klopte andere kikkers in en buiten zijn hofhouding op hun schouder, om ze even later te ontslaan. Hij ging af op zijn instinct, en toch weer niet, en dan weer wel. De kikkers in de andere landen hielden de adem in, het Hoofd zorgde voor veel onrust. Hij dreigde kikkers in andere gebieden met hel en verdoemenis, stuurde zijn schepen de verkeerde kant op en zo voort. Hij had  zelf niet in de gaten hoe hij als een hol vat geluid maakte en zijn hofhouding durfde hem niet tegen te spreken.

Het huisje van het Hoofd dreigde een psychiatrische inrichting te worden, zelfs zijn vrouw wilde niet meer met hem gezien worden. Een andere hooggeplaatste kikker, maar niet zo hoog als het Hoofd, vroeg de kikkers in de volk vertegenwoordigende poelen het Hoofd psychiatrisch te laten onderzoeken op zijn realiteitszin en zijn geestelijke gesteldheid. Zoals u weet zijn brulkikkers niet intelligent, ze reageren impulsief als ze een klein vogeltje verschalken. Zo ook onze brulkikker.

Het Hoofd zelf wist niks van de commotie die hij veroorzaakte, dat zijn gebrul, sommige noemen het gebral, niet bij zijn positie hoorde. Dat komt omdat hij eigenlijk geen Hoofd is, maar een simpele beursgenoteerde kikker die op een dag door de andere kikkers uitverkozen werd tot hun hoofd. Hij verliet zijn winkel en verhuisde naar zijn wit huisje. Een sprookje, zo ervoer het Hoofd het ook. Een regelrechte nachtmerrie, spraken de andere kikkers in de andere poelen op de wereld.

Het Hoofd gedroeg zich steeds vreemder. Hij zond onzinberichten de wereld in. Het gekke was hem niet gek genoeg. Hij beledigde gewone kikkers, andere hoofd brulkikkers, verleende een kikker gratie die uit hoofde van zijn functie uitlandse kikkers discrimineerde. En wil een muur rond een andere kikkerpoel bouwen. In eerste instantie leverde dat wrevel op bij de andere kikkerpoel, maar nu dringen ze er bij het Hoofd op aan daar vaart mee te maken: geen muur is ze te hoog om het Hoofd buiten hun poel te houden.

Het toppunt was dat het Hoofd een aantal kleermakers in zijn witte huisje ontbood en ze opdroeg een maatkostuum te maken van een stof die niet bestond. De kleermakers wilden het Hoofd vanwege zijn geestelijke gesteldheid niet tegenspreken en maakten een prachtig kostuum van een stof die niet bestond. En zo bestond het dat het Hoofd in zijn blote kont door de straten van zijn Rijk paradeerde. De andere kikkers, het volk, vielen om van verbazing, angst en plaatsvervangende schaamte, totdat een kikker kind in het publiek riep: “Hee, kijk, het Hoofd loopt in zijn blootje!” Iedereen houdt de adem in voor de toorn van het Hoofd, maar plots wordt zijn kreet beantwoord. “Hij heeft gelijk! Hij loopt in zijn blootje!” Het Hoofd werd ontmaskerd. Spoedig roept iedereen dit, maar het Hoofd weet niet anders te doen dan trots door te lopen, zelfs al ziet ook hijzelf de kleren niet. De dienaren blijven zijn sleep dragen… die er niet is.

En zo leefde het Hoofd alle dagen in zijn eigen schijnwereld. Dit sprookje kan een naar eind hebben.

Moedig voorwaarts!

BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, heimwee naar Chef,  de Kloosterbunker, Bunkerstad, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij  corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen, het abonnement op te zeggen- wat niet kan. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren. De politiek de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. Kwaad spreken over Feyenoord. Breken met de familie. Het haten van planten en groenten. Aantijgen of beschuldigen.

 

Categorieën: Columns, Joop Hoek
Tags: , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

1 reactie op Het jaar 2017 – de tweehonderdeneenenveertigste dag – naakt

  1. Jacob schreef:

    Hopelijk maakt Harvey een eind aan zijn heerschappij. Hij kan daar natuurlijk geen verkeerd woord of gebaar maken of hij zal overspoeld of weggeblazen worden Zie ook de column van Vincent Bijlo in het AD van vanmorgen.

Menu