Taigu schrijft van zich af over modern westers boeddhisme. Dit mag én moet een adaptatie zijn van het oerboeddhisme.

In zijn vorige artikel schreef Taigu over God, Spinoza en boeddhanatuur. G.J. (Goff) Smeets, een trouwe, kritische lezer van Taigu, merkt in een reactie op dat ook de natuurkunde tot inzicht in de boeddhadharma kan leiden.

Goff heeft uiteraard gelijk. De mogelijkheden tot bevrijding zijn oneindig, zo vloeit voort uit de leer van de leegte (sunyata), een boeddhistische adaptatie van de mythische Indiase guru Nagarjuna, die vanuit zijn ondergrondse drakenpaleis ook teksten over het Reine Land aan zijn volgelingen e-mailde.

Oversteken goed kijken tekst op straat Specksavers RotterdamWat wij met een containerbegrip ‘boeddhisme’ noemen, is een aaneenschakeling van adaptaties. Taigu houdt zelf van de adaptaties van Linji en Hisamatsu, maar ook van die van Dogen en Shinran. Kanzeon, de moeder (en vader) aller adaptaties, luistert aandachtig naar het spel van vorm en leegte dat de boeddhadharma kenmerkt.

Dit schrijft Taigu in zijn dupliek aan Goff:

Behalve het bakken van een ei is vrijwel alle natuurkunde mij altijd een raadsel gebleven.

Als jij in kwantumfysica of zwarte gaten een bron van spirituele inspiratie ziet, dan onderstreept dit het punt (waarover wij het eens lijken te zijn) dat er verschillende wegen zijn die tot inzicht kunnen leiden.

De Italiaanse psychiater Roberto Assagioli, de geestelijk vader van de psychosynthese, onderscheidde zeven wegen naar inzicht, waaronder de wetenschappelijke route. Hij was een groot liefhebber van Gautama en diens verlichtingsweg.

De ondertitel van het door mij genoemde boek over Spinoza van Maarten van Buuren is ‘vijf wegen naar vrijheid’. Uiteraard vervangt dit boek de werken van Spinoza zelf niet. De God van Spinoza is maar één van die vijf wegen. Als je belangstelling voor de andere vrijheden mocht hebben (waaronder de relatie van macht en recht), dan zou je kunnen overwegen het boek toch tot je te nemen.

Ik heb gemaild met de auteur, werkzaam aan de Universiteit Utrecht. Deze laat mij weten dat de Tao de juiste context is waarin je de godsvisie van Spinoza vergelijkenderwijs kunt plaatsen. De auteur heeft ervan afgezien de oosterse spiritualiteit bij zijn boek te betrekken om het eenvoudig te houden. Hij laat mij eveneens weten dat de vraag hoe Spinoza zich tot boeddhisme verhoudt, open maar een goede inhoudelijke discussie waard is. Huiswerk voor zen: is de Weg anno 2016 nog gelijk aan de Tao of heeft het een zich in de loop der eeuwen losgezongen van het ander?

In mijn artikel maak ikzelf de koppeling tussen de Tao en (zen)boeddhisme omdat Philip Yampolsky in zijn vertaling van Huinengs Platform Sutra naar het Engels uit 1967 de Chinese term laat staan. Ook elders zie je dat het oorspronkelijke zen in China de Tao als zijnsgrond (boeddhanatuur?) omarmde. Verder streden neo-confucianisme, dat de Tao inmiddels tot zijn intellectuele eigendom rekende, en het jongere zenboeddhisme in China op leven en dood om het religieuze primaat van de dag. Volgens de Platform Sutra, een apologetisch voortbrengsel van zijn dharma-erfgenamen, had Huineng zijn tegenstanders onder zijn gehoor en overtuigde en bekeerde hij hen tot zijn traditie. Maar als je het naleest, zou dit ook kunnen komen omdat de provinciegouverneur van dienst op de eerste rij zat en een goedkeurend knikje gaf.

Ik heb zelf wel eens geschreven dat modern boeddhisme een maatschappijvisie ontbeert. Modern confucianisme zou er in Aziatisch-historisch opzicht mooi bijpassen, hoewel Spinoza ons meer te zeggen heeft over de scheiding van kerk en staat en over de burgerlijke vrijheden die eerst na de Franse Revolutie en nog het een en ander aan politieke en sociale strijd alom gemeengoed werden in ons deel van de wereld.

Sommige fundamentalisten vinden modern boeddhisme onecht omdat het een adaptatie van het oerboeddhisme zou zijn. Mijns inziens mag én moet aanpassen zelfs. Voor de hedendaagse praktijk heeft boeddhisme veel aan waarde te winnen bij westerse receptuur, schrijft de Amerikaanse zenmeester en hoogleraar David Loy, al komt hij in zijn werk niet veel verder dan reeds eerder platgetreden paden. Op Stephen Batchelor na lijkt het vrijwel niemand in de westerse boeddhistische wereld gegeven ons culturele erfgoed te overzien van de pre-socratische filosofen tot en met het postmodernisme van Richard Rorty.

Niemand hoeft het ook allemaal tot in de puntjes te overzien, maar enige belangstelling helpt wel. Uit naam van het heilige Nu dolen te veel westerse volgelingen rond in de eenrichtingsstraat van een voltooid boeddhistisch verleden met zijn alfabetsoep aan buitenissige begrippen. De ideeënrijkdom van eigen bodem wordt te weinig geëxploreerd uit angst ergens op een God te stuiten die, naar ons verzekerd is, dood is. Wij weten geen raad met onszelf.

De fundamentalistische visie negeert de wet van de permanente veranderlijkheid der dingen (anatman), net zoals de Dalai Lama vasthoudt aan een Tibet dat niet meer bestaat. Modern, westers boeddhisme moet zijn belijdenisvrijheid verdedigen en zich wapenen tegen het onnozele enthousiasme van sommigen voor hedendaags boeddhisme in China, voordat we uit dat land met zijn versie en financiering van de dharma ook zijn idee van religieuze vrijheid importeren.

Anderzijds moeten we ons boeddhisme beschermen tegen de oprukkende rage van McMindfulness, gevoed door de onderstroom van Aziatisch modernisme en versimpeling van meditatietechnieken sinds de negentiende eeuw. Laten we uit de Pali Canon de Satipatthana Sutra nog eens ter hand nemen en onze meditatie, voor wie dit wil en kan, een dieptestructuur teruggeven die ook het tegenwoordige Theravada niet meer kent (mogelijk met uitzondering van sommige bosmonniken in Thailand). Taigu’s intuïtie en ervaring zeggen hem dat er in die sutra nog meditatiewinst valt te behalen die de vigerende McMantra van ‘bare awareness’ wellicht weer tot een nadere aanpassing zou kunnen bewegen.

De middenweg is een weg die tussen vele dimensies moet balanceren. Er is geen vastomlijnde, voor iedereen op dezelfde wijze geldige waarheid in boeddhistische soundbites te vatten. Mediteren is kalibreren met een fijnafstemming en een meesterschap dat oud opzoekt en het vermengt met nieuw tot een mix die in de context van de actuele ervaring momentaan op een betekenisvolle manier tot leven wordt gewekt. Tegen deze achtergrond kan zen hooguit dienen als navigatiestrategie in een oneindig heuristisch continuüm waarbinnen een van de wirwarstraatjes in het historische centrum naar de filosoof Spinoza is vernoemd.

In grenzeloos toevertrouwen aan Amida Boeddha,

Taigu

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

1 reactie op God, Spinoza en boeddhanatuur – deel twee

  1. G.J. Smeets schreef:

    Jules,
    “Tegen deze achtergrond kan zen hooguit dienen als navigatiestrategie in een oneindig heuristisch continuüm waarbinnen een van de wirwarstraatjes in het historische centrum naar de filosoof Spinoza is vernoemd.”

    Je stelde voor om herhalingen tot het minimum te beperken. Dus ik hou het kort. Helemaal eens met je term ‘heuristisch continuüm’. Bij je frase ‘Historisch centrum’ haak ik af, dat vind ik een recreanten fantasie. Elke bewoner van willekeurig historisch centrum weet dat het daar van dichtbij een zootje is.

    Ik ben actief lid van de a.n.w.b. (Alles Niet Weten Boeddhisten). Wij van de anwb laten niet na onze reislustige (aspirant)leden erop te wijzen dat je anno 2016 in geen enkel historisch centrum kunt tanken.

Menu