Mensen hebben veel spullen. En mensen sjouwen met die spullen. Vanuit mijn ergonomische bestuurdersstoel zie ik heel wat kromgetrokken ruggen en verbeten gezichten langskomen.

Zo zijn er de reizigers met de uitpuilende koffers, vaak op weg naar of terugkomend van een vliegveld. De vertrekkers komen uit woonwijken en de aankomers van het station. De vertrekkers zijn fris en vrolijk. De aankomers zijn moe. Je zou het omgekeerde verwachten. Je zou ze het omgekeerde gunnen. Ik probeer uit de kleding op te maken wat de bestemming is. Als het om een jolig-stoer groepje jongeren in spijkerbroek en T-shirt gaat, vermoed ik al gauw de Spaanse kust. Ik probeer dan mijn oordeel aangaande disco en drank te begrijpen als mijn onmacht me in te leven in volgende generaties. Een oudere man alleen, ongeschoren, lederen koffer, hoed met slappe rand vertrouw ik een ver land in zuidoost Azië of ergens in het zuiden van Zuid-Amerika toe. Een gedachte verder weet ik zeker dat het een dichter is die straks z’n schamele bezittingen uitstalt op een ruwe houten tafel in een moeilijk bereikbare, lege berghut diep in de Andes. Met een kop pruttelkoffie gaat hij aan de rand van het meertje met de rug tegen een rots zitten en ziet terug op momenten uit een van liefde en wanhoop doordrongen, inspirerend leven. De eerste poëtische woorden komen als de zon is verdwenen en het vuur kraakt.

Bij winkelcentra torsen de mensen volle boodschappentassen. Vrijwel zonder uitzondering zijn het oudere vrouwen, die de nood van een week lijken op te sparen. In Doorwerth is er – steevast op dinsdagochtend – de slanke, statige vrouw met lang grijs haar dat in een staart op haar rug rust. Op de weg terug stapt zij uit in een deel van het bos waar zich oude villa’s schuil houden achter statige eiken. Ik vraag me af of ze zo ongeveer van dezelfde leeftijd zijn: het huis, de bomen en de vrouw. Is ze weduwe? Is haar man misschien bedlegerig? Ze is zeker vriendelijk, op voorkomende wijze.

Bij Konenburg, de ‘supermarkt’ van Arnhem-Zuid zijn het vooral allochtone vrouwen, soms in gezelschap van elkaar of van een dochter met haar kinderen. In de diep getrokken rimpels onder het bruine of zwarte hoofddoek lees ik de heimwee naar de Marokkaanse bergen of naar het vissersdorp aan de Turkse kust. Haar kinderen hebben wellicht hun plek al wel gevonden maar met lede ogen ziet ze het gedrag van tussen culturen verdwaalde jongeren uit haar buurt aan.

In de binnenstad, op de koopdagen, zijn het C&A- en Blokker- en WE-tassen en nog meer. Zoals een in karton gepakt beeldscherm dat zo groot is dat de twee jonge dragers (de hungergames al in de ogen) nauwelijks de draai naar het gangpad kunnen maken. Hoe meer tassen, hoe gejaagder de blik. Koopjesjacht. Kopersjacht. Wie is de jager? En wie de prooi? Met drie tassen in elk van haar handen, de knokkels wit geknepen, kan de vrouw van middelbare leeftijd met moeite haar ov-chipkaart voor de lezer krijgen. Plagerig vraag ik: ‘Niets vergeten?’ Ze schrikt op en kijkt me bezorgd aan. Ik raak een tere snaar.

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu