Mijn houten huisje staat tegenover de busremise. Door fysieke omstandigheden kan ik even niet rijden. Als ik langs de straat wandel met m’n hondje toetert soms een collega buschauffeur. Door de spiegeling in de voorruit van de bus kan ik meestal niet zien wie het is. Ik zwaai wel altijd terug. ‘Hoi’ zeg ik dan zacht. Hij hoort het toch niet. Waarom zou ik het dan hardop zeggen? De mensen zouden er wat van kunnen denken.
Vroeger bij mij in het dorp riep iedereen altijd ‘hoi!’ naar iedereen, ook al kende je de ander niet. Boeren en boerenzonen tikten daarbij met een vinger tegen de rand van de pet. Alleen boerenmeiden groette je niet. Zoiets deed je gewoon niet. Als je het op een keer wel deed dan draaide ze soms blozend haar gezicht af. Dan wist je al hoe laat het was.
Een enkele keer roep ik nog steeds wel ‘s ‘hoi!’ tegen iemand. Een wildvreemd iemand soms. In een vreemde stad kan het zelfs zomaar gebeuren. Iemand reageert vrijwel altijd, al is het maar met een vragende blik. Sporadisch zegt iemand ‘dag’. Soms roept iemand ‘hoi!’ terug. Dan denk ik: ‘Ken ik jou?’. Zover is het al.
Een tijdje geleden riep iemand zonder aanleiding ‘hoi’ naar mij. Iemand die ik niet kende. Maar ze was meteen vertrouwd. Ik kuste haar op de mond. Toen zijn we gehuwd en daarna weer gescheiden. Maar dat is een ander verhaal. We roepen nog wel ‘hoi!’ naar elkaar.
Je hoort vandaag de dag bijna nooit ‘hoi!’ meer op straat. Als niemand meer ‘hoi’ roept bestaan we volgens mij niet meer. Of we zijn onthecht en verlicht. Misschien allebei. Dat zou wat zijn. Ik weet niet of ik boeddhist ben en of dat er toe doet. Maar ik hoop wel dat we ‘hoi’ naar elkaar blijven roepen.

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Categorieën: Columns en Eelco Tags: Eelco, Halte Hertenkamp en hoi 

1 reactie op Halte Hertenkamp -hoi

  1. Joppe schreef:

    Hoi. :-)

Menu