In gesprekken die over de dood gaan kan ik zo uit de losse pols opmerken dat ik  eigenaar ben van zes graven, in een bos in Beekbergen. Drie ervan zijn al bezet. Zo zo, nou nou, goh, goh, het is niet waar, dat is interessant, zeggen mijn toehoorders. Ik beschrijf dan de eeuwenoude begraafplaats met de prachige bomen en de rust die er heerst. Daar word ik later na mijn dood begraven, zeg ik dan. Eigenlijk is dat een rare opmerking. Ze knikken en een enkeling informeert of hij/zij daar ook kan komen liggen. Ik wil je er wel een verhuren, zeg ik dan. Toch mooi meegenomen, zo’n extraatje. Het is altijd een leuk onderwerp, ook als  binnenkomertje op een feestje. De Man-Van-De- Zes-Graven, zie je ze denken.

Deze week, tijdens een redactieoverleg in Gelderland, voelde ik me ineens zo super burgertruttig met mijn graven-in-Beekbergen. Mijn gesprekspartners waren twee leuke maar ook erg stoere vrouwen. De een kruipt onder auto’s om effe wat dingen te repareren en staat ook verder niet snel met lege handen. De ander is ook zo’n type van niet lullen maar poetsen, zingt rare sutta’s met een oudhollands tekstje. Ze zijn ook erg intelligent en ad rem. Mooie types waar je goed tegenaan kunt leunen omdat ze de hele wereld in hun zak lijken te hebben. Die dag was ik niet erg gemotiveerd om maar iets te doen. Ik zat aan de vergadertafel, achterover gezakt in een stoel en staarde naar mijn pas via internet aangeschafte streepjessokken met oranje hiel en neus. Het is toch altijd een gok of ze ook passen als je die dingen via een geheimzinnig kanaal koopt. Maar deze zaten goed. Waarschuw me maar als het interessant wordt, zei ik hooghartig tegen de vrouwen. De een (de monteur) keek me bestraffend aan en lachte een beetje meesmuilend. De ander gaf geen sjoege.

De vergadering over een zeer interessant project in het voorjaar van 2014 waarvan de boeddhistische gemeenschap in België en Nederland flink zal opkijken duurde voort. De twee vrouwen waren goed bezig met het inhoudelijk invullen van dit prachtige project. Ik genoot van hun inbreng en smeerde een boterham met pindakaas.

Marja Timmer, zit er nog dana in voor ons, Bert, december 2013.

En toen overviel me ineens dat burgertruttig gevoel toen ik een van de vrouwen hoorde zeggen dat ze in contact was getreden met Artis om na haar dood haar lichaam aan te bieden als hapje voor de leeuwen. Op de momenten dat er geen bezoekers waren. De harde delen, goed voor de tanden van de dieren, de weke delen als toetje. Daar zat ik dan, De-Man-Met-De-Zes-Graven, waarom ben ik niet op dat prachtige idee gekomen?

De vrouw vertelde dat ze als student bij Artis in Amsterdam had gewerkt. Als kind was ze al heel erg onder de indruk geraakt van indianen en andere ‘wilden’ die gewoon een plek zochten in de natuur om te sterven. Haar huiskatten deden dat overigens ook. Die liepen gewoon weg en kwamen nooit meer terug.

Op een dag moest zij naar de verzorgers van de roofdieren. Twee kids hadden net een paar levende duiven gebracht. Dat gebeurde wel vaker bij Artis. Mensen die dieren brengen en hopen dat de dierentuin er voor zorgt. De duiven werden aan de kleine roofdieren gevoerd. Vonden ze heerlijk. Toen zij binnenkwam in de voerkeuken was de verzorger net de karkassen van de slachtpaarden aan het versnijden. Prachtig vond ze dat, die vluchtdieren die door een raadselachtige speling van het lot en de tijd door Hans, de leeuw verorberd zouden worden. Toen vroeg ze Het, of ze na haar dood Hans voor korte tijd gezelschap mocht houden . Het leek volgens haar zo normaal! Maar het bleek geen normaal verzoek te zijn. De verzorger reageerde verontwaardigd. Onduidelijk waarom. Het bleek dat er  vaker mensen vroegen om gevoerd te worden. Misschien was het mijn jeugdigheid en schokte het hem dat ik al zo jong met mijn gestorven lichaam bezig was, zei ze. Onlangs belde ze nog eens met Artis, maar daar wilden ze nog steeds niks van haar aanbod weten.

De andere vrouw kwam meteen met een oplossing. Ze zei: Als je niet in Amsterdam bij Artis terecht kan, breng ik je lichaam met de KLM naar Tibet. Daar hakken ze je lichaam in stukken en voeren dat aan de gieren. Ze noemen dat een luchtbegrafenis. Ze raakte op dreef. Ik begin een reisbureau, zei ze, One Way Ticket to the Roof of the World (OWTRW). Ik ging rechtop zitten, dit was interessant. Ik zag de vrouw al met een busje door de stad rijden om klanten op te halen die van tevoren haar hadden laten weten de laatste reis naar Tibet te willen maken. En niet Hans blij zouden maken, maar opa De Gier. Wat een fantastisch en metta en dana-achtig idee. Of het echt uitvoerbaar is, moet nog blijken. In India, waar ze ook aan luchtbegrafenissen doen, zijn al hele kolonies gieren uitgestorven omdat hun hapjes vol zaten met diclofenac, een pijnstillend middel. Het zal niet eens een keertje meezitten.

Dit is aflevering zeventien in een serie columns van Joop Hoek.Boeddha Dagobert Duck commercie in het boeddhisme

Moge iedereen gelukkig zijn, ook zonder OWTRW.

Categorieën: Columns, Joop Hoek
Tags: , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

3 reacties op Mijn lichaam niet voor Hans de Leeuw maar voor opa De Gier

  1. Marjita schreef:

    Erg leuke column! Heel geschikt voor een eerste kerstdag.

  2. Agnes schreef:

    Dat is een serieus probleem, natuurlijk, die volledig gefarmaceuteerde hapjes die naar Tibet gaan via de Lucht Begrafenis Express. Maar je kunt toch niet verlangen dat mensen die zoiets willen een maand voor hun beoogde verscheiden farmacievrij gaan leven.. Hoewel, tegenwoordig moet je ook al maanden voordat je er ook maar aan denkt ooit zwanger te gaan willen worden, al beginnen met dingen slikken en andere dingen juist weer laten staan.
    Ik zie in de verte een nieuwe trend…

  3. Joop Ha Hoek schreef:

    De enige oplossing is om gieren te fokken die tegen pillen en poeders bestand zijn. De Gier Diehards.

Menu