Dit weekeinde noemde mijn gesprekspartner de naam van een man die ik heel goed ken. Als politieverslaggever kwam ik die tegen in een groot journalistiek onderzoek dat ik jaren geleden draaide met een collega economie redacteur. Ik was die zaak niet vergeten maar het is ook niet zo dat ik er dagelijks aan denk. Het noemen van die naam bracht de affaire weer helder in de geest.

In Nederland was een criminele bende actief die voornamelijk bestond uit academici, onder meer een kandidaat-notaris, een econoom, een ingenieur,  een bankdirecteur en een gemeenteraadslid, een man of veertien, met de handlangers meegeteld. De bende richtte de activiteit op het leegplunderen van familiebedrijven waarvan de oprichter was overleden. De econoom werkte bij het MKB en wekte dus vertrouwen bij de nabestaande bestuurders van die middelgrote en grote bedrijven. Hij bezocht als eerste het bedrijf en gaf advies. Dan kwamen de notaris en bankdirecteur in beeld. Binnen een paar maanden na de dood van de eigenaar sluisde de bende het vermogen en kapitaal van de bedrijven weg en kwam het in hun zakken terecht, de nabestaande bestuurders met enorm veel leed, een bankroet en grote schulden achterlatend.

Mijn collega en ik hadden vanuit het criminele milieu een tip gekregen over slachtoffers en gingen op onderzoek uit. We zetten informanten in een café waar de groep bijeenkwam en probeerden de leden van de bende in beeld te krijgen. Justitie en politie waren niet op de hoogte, zo wisten we. Ons onderzoek liep moeizaam, op een gegeven moment hadden we alleen de naam van het raadslid, maar of hij ook daadwerkelijk betrokken was wisten we niet. Ik wist zijn vertrouwen te winnen en sprak met hem thuis over allerlei zaken, behalve over de bende. In die fase van ons onderzoek werd er mondjesmaat gepubliceerd, het ging ons om de feiten, waarheidsvinding. We wilden de daders ook niet kopschuw maken. Maar publicatie kon ook helpen om informatie te krijgen.

Op een dag werd ik op de redactie gebeld door een vrouw die zei dat ze mij en mijn collega wilde helpen met het onderzoek. Ze noemde haar naam niet, we wisten en weten niets van haar, ze sprak beschaafd Nederlands,  we gaven haar de codenaam de Dordtse Dame. Zij noemde ons De Jongens. Zo af en toe belde ze- als ze vermoedde dat we vastgelopen waren, en gaf namen en andere zaken door van de bendeleden waarvan wij het bestaan niet kenden. Ga daar en daar en met die maar eens praten, zei ze dan. Ter ondersteuning van die telefoontjes werden er af en toe dikke enveloppen met documenten op de redactie afgegeven. Zo kwam de bende in beeld en later in de gevangenis.

Het Openbaar Ministerie nam een vroeg abonnement op onze krant om op de hoogte te blijven van de activiteiten van de bende en die van ons en kon zo de politie aansturen. Ze liep achter ons en de feiten aan.

In het café waar de bende bijeenkwam om die ellendige plannen te smeden werd het steeds stiller ten gevolge van de arrestaties die de politie verrichtte, zo meldden onze informanten ons. Ons  onderzoek was niet zonder gevaar. Op een dag hadden we in het zuiden van Nederland een afspraak met een voor ons belangrijke bron die die avond niet kwam opdagen. De volgende dag bleek hij in een bos, op een weg die hij dagelijks reed, in zijn auto tegen een boom te zijn gereden. Was het een ongeluk of opzet van derden? Het politieonderzoek heeft dat nooit duidelijk gemaakt. Wij werden voorzichtiger.

Na ruim een jaar onderzoek stopten we, journalistiek gezien was de zaak rond, het café leeg. Ik had zelf met enkele verdachten, zoals het raadslid en de kandidaat-notaris gesproken voordat ze gearresteerd werden. Ze wisten dat hun vrije dagen geteld waren. En mijn collega sprak met andere bendeleden.

Op een dag stopten de telefoontjes en de enveloppen van de Dordtse Dame. Ik weet niet meer of ze afscheid van ons nam. Alle verdachten zijn door de rechtbank veroordeeld tot gevangenisstraffen. Ik heb een aantal van die rechtszaken bijgewoond. Daar stonden ze voor het hekje, de nette mannen in hun pakken. Alleen het raadslid bekende volmondig schuld en spijt.

Journalistiek kan niet zonder Dordtse Dames, de rechtvaardigen in de samenleving. Die het voor slachtoffers opnemen en niet rusten voor het recht zegeviert. En journalisten, de werkezels van de democratische samenleving aan informatie helpen. De Dordtse Dame verlangde niets terug voor haar hulp, alleen gerechtigheid.

Ik vind het nog steeds jammer dat ik haar niet persoonlijk heb kunnen bedanken voor haar werk en ondersteuning. Ze was niet uit op roem of glorie maar ze verdient een standbeeld.

Moedig voorwaarts!

BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, heimwee naar Chef, de Kloosterbunker, Bunkerstad, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen, het abonnement op te zeggen- wat niet kan. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren. De politiek de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. Kwaad spreken over Feyenoord. Breken met de familie. Het haten van planten en groenten. Aantijgen of beschuldigen. Het stopzetten van gedachten. Sprookjes verwerpen. Houden van Donald Trump. Sommigen voederen geen vogels meer. Of gaan de redactie stalken en bedreigen. Of geloven niet meer in Sinterklaas.

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Categorieën: Columns en Joop Hoek Tags: Dordtse Dame en joop hoek 

1 reactie op Het jaar 2018 – de tweehonderdenvierennegentigste dag – dordtse dame

  1. Tjeerd schreef:

    Heel bijzonder.

Menu