Ik hing laatst een flink netje met pinda’s voor de meesjes op het balkon van de Bunker. Ik schreef er eerder een column over. Het geval wil dat er hier in de buurt heel wat rovervogels zitten. Het viel me op dat de hoeveelheid pinda’s in het netje wel heel erg hard slonk. Dat was niet pluis. Ik verstopte me achter een grote stoel in de Bunker en observeerde met een verrekijker het netje. Na een uur- de kramp sloeg toe, verscheen de eerste specht. Een minuut later de tweede. Ze hakten de pinda’s aan gort. Ik verjoeg ze door hard in mijn handen te slaan. Ze vlogen op en gingen in een boom tegenover de Bunker zitten. Iedere keer als ze naar de pinda’s vlogen klapte ik in de handen en vlogen ze weg. Aangezien ik ook regelmatig de Bunker verlaat konden de spechten toch hun gang aan en vraten bijkans alle pinda’s op.

Natuurlijk zijn spechten ook schepselen Gods en had ik niet moeten ingrijpen. Maar de mezen eten zo langzaam en weinig, je hebt dan langer plezier van zo’n zakje noten. Want daar draait het natuurlijk om: de observaties van pinda etende meesjes. De ervaring die ruw verstoord werd door de spechten.

Het leuke was dat er nog een derde partij bij de pindakwestie betrokken was. Een kauw in de halfdode boom hier tegenover. De Grote Vogel hoorde natuurlijk het luide geluid van de klappende hand en zag de Oude Man rare bewegingen maken met de armen om de spechten te verjagen. Maar de Grote Vogel verblikte en verbloosde niet en schouwde wat er gebeurde, met enig leedvermaak, geloof ik. Zo keerde de rust in mijn hoofd weer, door de gelijkmoedigheid van Kauw.

Moedig voorwaarts!

BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, heimwee naar Chef, de Kloosterbunker, Bunkerstad, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen, het abonnement op te zeggen- wat niet kan. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren. De politiek de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. Kwaad spreken over Feyenoord. Breken met de familie. Het haten van planten en groenten. Aantijgen of beschuldigen. Het stopzetten van gedachten. Sprookjes verwerpen. Houden van Donald Trump. Sommigen voederen geen vogels meer.

Categorieën: Columns, Joop Hoek
Tags: , , , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

2 reacties op Het jaar 2018 – de honderdenvijfenzestigste dag – herrie

  1. Michel Ball schreef:

    Kauwen zijn hoogintelligente vogels.
    Zij kiezen een partner voor het leven
    en zij zijn tam te houden.
    Probeer aan een kauweneitje te komen
    en broed dat uit ! Overigens moet je
    alleen als het heel erg vriest meesjes
    bijvoeren.

  2. Marianne Kakuon Fokkema schreef:

    Het zou fijn zijn als wij deze hoogintelligente vogels met rust zouden laten. Eitjes uitbroeden moeten wij aan vogels overlaten, laat staan een nest verstoren. Ik hoop ook zeker te weten dat dhr Joop Ha Hoek dit advies nooit zou opvolgen.

    Hartelijke groet, Marianne Kakuon Fokkema?

Menu