Roshisama realiseerde als jongeman met de koan Mu dat alles Mu is: dat wil zeggen, alles is bewustzijn, alles is (vervuld van) Boeddhanatuur. En dit inzicht bleef zich in hem eindeloos verdiepen. Ji ta fu ni was ook een allessamenvattende uitdrukking die hij veel herhaalde – letterlijk vertaald: ​Zelf ander niet twee, of mooier gezegd: jijzelf en de ander zijn niet twee, niet gescheiden! Of je zou het in een woord non-dualiteit kunnen noemen. ‘Kinnaru kana, kinnaru kana…’ zo citeerde roshisama plechtig de woorden van de Boeddha bij diens ontwaken: ​‘O wonder der wonderen! Alle levende wezens zijn werkelijk mijn eigen kinderen, mijn eigen vlees en bloed.’

Eens in de zoveel tijd kreeg onze tempel bezoek van de lokale mandenvlechtster, een stevig, oud vrouwtje met een rond gezicht. Ze droeg een hele baal gevlochten spullen op haar rug, die ze in de hal van de tempel met een diepe zucht van zich af liet glijden en uitstalde over de houten planken. Roshisama kwam dan bij haar zitten op de vloer en praatte met haar over van alles en nog wat. Ze had er zichtbaar plezier in en hij leek zich evenredig te vermaken. Hoewel we eigenlijk nooit echt iets nodig hadden, kocht hij toch altijd wel een of twee van de manden of stoeltjes van rotan. Deze belandden dan op den duur in een van de volgepropte opslagruimten van Bukkokuji.
In een periode dat roshisama vaak ziek was, werden bezoekers geweerd door zijn jisha (assistent) om de meester te beschermen en zijn energie te sparen. Niet dat roshisama hier zelf om zou vragen!

Toen de mandenvlechtster in die periode weer eens langskwam, was het niet te vermijden dat roshisama haar hoorde aankomen vanuit zijn kamer boven de hal. Hij kende haar stem en het gerammel van haar rotan vracht. Even later verscheen hij fragiel in zijn witte kimono (onderkleed) in de hal en begon zachtjes een gesprek met de dame. De jisha fronste en had het er zichtbaar moeilijk mee, maar roshisama liet zich niet verstoren, hij was een en al aandacht. Er voor het mandenvrouwtje te kunnen zijn gaf hem juist energie, leek het. Er was geen scheiding voor roshisama tussen een ‘privéleven’ en een ‘tempelleven’ – hij was er voor iedereen.

Op een late avond in de zomer kwam er eens een dame uit de stad jammerend de tempelpoort binnen: haar man was ernstig ziek en ze was helemaal in paniek. Ik kon vanuit de zendo horen hoe roshisama uit zijn kamer omlaag kwam, naar haar klachten luisterde en even later met haar de Kannondo binnenging om samen soetra’s te zingen. De Enmei jikku kannon gyo en Daishin dharani onder begeleiding van zijn makugyo (houten slaginstrument) hadden een kalmerend effect: tegen middernacht kon ik haar bedankjes en eerbetuigingen horen, toen de dame gerustgesteld weer vertrok.

In de traditionele tafelverzen zongen we steeds de frase ​sanrin kujaku: ​de drie wielen zijn leeg.

​Dit slaat op de drie samen draaiende wielen van gever, gift en ontvanger. Dat wil zeggen, er is geen gever, geen ontvanger en geen gift! In absolute zin is er alleen Zijn: geven en ontvangen zijn slechts concepten. Van jou of van mij, het zijn alleen maar ideeën. Als de moeder haar baby de borst geeft, ervaart ze dat als geven? Het is het meest natuurlijk om te doen! Het voedt de moeder om haar kindje tevreden en rustig te zien worden. Als je je niet afgescheiden voelt, heb je niets aan de ´ander` te verliezen, maar is het welvaren van iedereen ook jouw welbevinden.

Ciska Matthes woonde en trainde van 1999-2005 (zes jaar lang) in Bukkokuji, de tempel van de in het voorjaar van 2018 overleden Harada Tangen roshi in Obama, Japan.

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageer

Juist spreken bestaat uit:

  • Onthouding van het vertellen van leugens
  • Onthouding van het spreken van lasterende taal
  • Onthouding van het spreken van harde woorden
  • Onthouding van onzinnig gepraat

Dit zijn de regels voor het reageren op deze site.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Menu