Harada Tangen roshi was heel zijn jonge leven op zoek geweest naar een hoger doel. Op een dag las roshisama ons oude brieven voor waar dit in doorklonk. ​‘Eerst het karakter perfectioneren en dan het hoogste nastreven!’, schreef hij als student – of woorden van die strekking. Hij moet nauwelijks twintig jaar oud geweest zijn toen hij zich liet rekruteren voor de kamikaze-training. Japan was -als agressor in de Tweede Wereldoorlog- in een bittere strijd verwikkeld en vele jonge mannen vochten voor hun vaderland. Eindelijk was er iets waar deze jongen zijn leven voor kon geven! ‘Ik wilde me inzetten voor ​‘mijn volk’, zei roshisama vol ironie, ‘wat een beperkte visie had ik.’

Alleen wie een enorm uithoudingsvermogen had, kwam door de selectie voor de kamikazes heen. De jongeman doorstond alle tests met glans. ‘We moesten bijvoorbeeld een keer zo lang mogelijk onze adem inhouden,’ herinnerde roshisama zich lachend. ‘De andere jongens gaven een voor een op. Maar terwijl de jongen naast me van zijn stokje ging, hield ik nog steeds vol!’

Zo was hij altijd geweest. Terwijl iedereen honger had en zijn krachten spaarde naarmate de oorlog vorderde, trainde hij altijd het langste door en gaf alles wat hij had. De kamikaze-training was hierop gericht: je moest kunnen volhouden tot het laatste moment en onder geen enkele voorwaarde bezwijken. ‘Wat is je zwakke kant?’ werd hem gevraagd. ‘Ik kan heel koppig zijn en gewoon volhouden waar ik zelf in geloof,’ had hij geantwoord. ‘Ha!’ zei de trainings-officier, ‘dat is juist heel sterk.’

De oorlog schreed voort, velen van zijn kameraden waren al uitgevlogen om nooit meer terug te keren, en de dag dat de jongeman zelf zijn laatste vlucht zou maken, kwam heel dichtbij. Maar opnieuw werd zijn leven op het nippertje gered. Japan accepteerde het einde van de strijd en op de dag dat de jongen had moeten vliegen, sprak keizer Hirohito de beroemde verklaring van capitulatie uit. De oorlog was voorbij; ook voor de jongen uit Yokohama waarvan het de bedoeling was dat hij zou sterven. Door heel Japan heerste alom grote verslagenheid en ook hij werd bevangen door een ondraaglijk gevoel van schaamte, schuld en zinloosheid. De meeste van zijn kameraden hadden hun leven gegeven voor een verloren strijd. Hij zelf was maandenlang voorbereid – voor niets, leek het nu.

In deze staat van ontreddering ging hij op zoek naar een uitweg. Hij ontdekte een zenklooster, niet ver van huis. Het was een nonnenklooster maar iedereen kon er komen mediteren. Zo leerde hij zazen en hij zat met een gepassioneerde discipline. Tijdens zijn eerste sesshin (intensieve retraite) van vele uren zazen was het alsof zijn knieën in brand stonden, maar hij liet zich niet kennen en hield gewoon vol, met zijn benen in de lotuszit. Toch nam dit zijn existentiële kwelling nog niet weg. Hij sprak zich uit tegen een van de nonnen: ‘Hoe moet ik verder leven?’ Zij vertelde hem over een grote zenmeester – hij kan je helpen, verzekerde ze hem, ga naar hem toe! Hij nam haar raad ter harte en ondernam de reis naar de prefectuur Fukui waar hij zich bij het klooster meldde voor sesshin. Daiun Sogaku had een kleine, magere gestalte, maar als je bij hem kwam, was het net alsof je de lucht kon snijden, zei roshisama, zo enorm was zijn uitstraling. Op zijn eerste dokusan (gesprek) bij de meester, stortte de jongeman zijn hele hart uit. Daiun Sogaku hoorde hem aandachtig aan. Hij zweeg een poos en vroeg toen liefdevol:

‘Wat is groter, onze berg hier, de berg Fuji, of de Himalaya?’ ‘Dat is makkelijk,’ zei de jongeman enthousiast, ‘de Himalaya natuurlijk!’ ‘Nee’, antwoordde Daiun Sogaku kalm. ‘Ze zijn allemaal even groot. Er is geen verschil. Als je dit begrijpt, ben je bevrijd van je problemen.’

In de sesshin gaf de zenmeester hen een koan. Zenmeester Joshu’s Mu: geef alles aan de klank ​Mu: iedere gedachte, ieder verlangen, iedere emotie… ‘Ben je bereid je hele leven hier aan te geven?’ vroeg Daiun Sogaku. ‘HAI!’ (ja!) schreeuwde de jongen met heel zijn hart. Het voelde alsof hem een reddingsboei was toegeworpen en hij greep die met zijn hele wezen aan. Hij had zijn leven al een keer willen offeren, maar het was vergeefs geweest. Deze keer zou hij zijn kans niet voorbij laten gaan. Het voelde alsof hij niets meer te verliezen had. Op iedere uitademing ‘Muuuu…’ zo oefenden ze door, de hele dag. Naast de jongen zat een oudere meneer, een snoepfabrikant, die ontzettend zijn best deed. Hij inspireerde de jongen enorm, zo hielpen ze elkaar. Af en toe werd Mu hardop geoefend in de zendo en dan schalde het door de zaal. Op de tweede dag van de sesshin ging de jongen ‘ s avonds laat op zijn kamertje nog door met Mu, op iedere ademhaling, uiterst toegewijd en geconcentreerd. En opeens… viel alles weg, er was alleen nog maar Muuuu. ‘Ik was zó verbaasd’ zei roshisama, ‘alles was Mu, Mu was overal, in mij en om me heen.’ En de belofte van Daiun Sogaku kwam uit. Geen onderscheid, geen afstand, geen vraagstukken, geen problemen. Alles is. Er is alleen maar zijn. Alles is puur bewustzijn.

Dit alles vertelde Harada Tangen roshi ons keer op keer en altijd leek hij weer helemaal in het verhaal op te gaan. Het boezemde ontzag en respect in en inspireerde natuurlijk enorm. Maar paradoxaal genoeg had het tegelijk iets verlammends: hoe moesten we hier tegen op kunnen? We waren verwende westerlingen uit de jaren ‘60 en ‘70 die over de wereld hadden rondgedoold op zoek naar rust of betekenis. We hadden nooit honger of oorlog meegemaakt en hadden geleerd om kritisch te zijn, ons niet te druk te maken en vooral te relativeren.

Ciska Matthes woonde en trainde van 1999-2005 (zes jaar lang) in Bukkokuji, de tempel van Harada Tangen roshi in Obama, Japan.

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

2 reacties op Herinneringen aan Harada Tangen roshi – Sterven voor iets hogers

  1. Piet Nusteleijn schreef:

    Deze herinneringen zijn fantastisch om te lezen. Opnieuw bedankt voor het delen. “Alleen het éne te doen”.
    Met groet.

  2. Daishin schreef:

    Ik zie bij de agenda dat er 30 april een herdenkingsdienst voor Tangen Harada Roshi is in het zencenttrum Suiren-ji in Nijmegen noord.

Menu