Sinds een half jaar tankt Selim ‘s avonds de bussen, voegt koel- en sproeiwater toe, vult de olie bij, veegt de bussen uit, vernieuwt de vuilniszakjes, haalt de bussen door de wasstraat en zet ze weg. Met de neus naar de akkers, als koeien in de stal met de snuit in de voederbak. Zo keurig heeft niemand de bussen ooit eerder in de rij zien staan. Je kunt een touw langs de kont van de dertig bussen spannen en er zit niet één bocht in. Niemand weet hoe hij dat doet. Niemand spreekt sowieso met Selim. Daar geeft hij geen tijd voor. Of neemt er geen tijd voor. Hij werkt vanaf acht uur ’s avonds tot half drie ’s nachts aan één stuk door. Je ziet hem nooit in de kantine zitten om een kopje koffie te drinken of een boterham te eten. De bussen zijn schoner dan ooit. Onderweg geen problemen meer met een vloeistofniveau. En alles is goed.
‘Ik heb ‘m achteraan neergezet’.
‘Is goed’.
‘Ik heb de hoofdschakelaar aan laten staan’.
Is goed’.
‘Zal ik ‘m bij de pomp laten staan?’
‘Is goed’.
‘De deur staat nog open’.
‘Is goed’.
‘Werk ze nog, hè!’
‘Is goed’.
Misschien spreekt hij geen woord Nederlands. Nou ja, twee dan. Ik heb z’n gezicht nooit in het licht gezien. Ik weet niet eens of hij glimlacht of juist niet. Ik weet niets van hem. Heeft hij een gezin? Is hij geboren in Turkije? Heeft hij overdag misschien nóg een baan? Is hij gelukkig?
Hij weet ook niets van mij. Dat ik zojuist moe maar voldaan de bus heb weggezet. Dat ik vanmiddag een middelvinger toegestoken kreeg van een automobilist (waarom ben ik dat niet al lang vergeten?). En hoe ik die chique, geparfumeerde dame theatraal naar buiten had geleid tot groot vermaak van de passagiers. Ik had ook wel iets goed te maken: ‘Neem me niet kwalijk dat ik de deur al dicht deed. Ik had u niet aan zien komen. Dat zal me bij uw vertrek niet overkomen’. Even later, toen ze op de stopknop had gedrukt, liet ik de uitstapdeur dicht. Daardoor moest ze naar voren komen. Ik ging bij de deur staan en nam haar hand in de mijne. Zoals een markies dat bij een markiezin doet. Ik stapte als eerste uit en boog diep terwijl zij – het spel meespelend – met haar tasje in de vrije hand naar beneden schreed. Prinses Maxima uit de koets. Christine Deutekom van de vliegtuigtrap. Als de bus open ramen had gehad, zouden de passagiers naar buiten hangen. Nu waren er platgedrukte neuzen.
Dat weet Selim allemaal niet. Ik zou het best even met hem willen delen, zo aan het einde van de dienst. Maar Selim is al weer verdwenen. Nog twee bussen weg te werken.
Links en rechts van het fietspad richting warm bed liggen naakte akkers van klei. Het maanlicht laat de ene zijde van de ploegvoren glimmen en dompelt de andere in schaduw onder. Clair-obscure.
‘Maar wie..’ vraag ik me plotseling af ‘..buigt voor Selim als hij midden in de nacht, vuil en bezweet, met een vuilniszak in de hand de bus uitstapt?’.

 

Categorieën: Eelco van der Meulen, Columns
Tags: , , , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

3 reacties op Halte Hertenkamp – Wie buigt er voor Selim…

  1. Jotika Hermsen schreef:

    Wat een geweldige waarneming,wat een geweldige Selim.

  2. Joost schreef:

    Heel mooi,en ik buig nu voor Selim.

  3. Marcel Rouweler schreef:

    Wow, prachtig..Dank!

Menu