Ik stuur de bus dagelijks langs geestverruimende vergezichten en door intieme bospassages, door stadcentra met zoveel beweging rondom dat ik de facetogen van een sprinkhaan zou willen hebben en door dorpen waar, manoeuvrerend tussen kerk en bloemenwagen aan beide kanten van de bus vijf centimeter overblijft en waar de marktkoopman met een knipoog m’n frons weg goochelt.
Maar in welke omgeving ik ook rij, de binnenruimte van de bus blijft dezelfde. Banken, stoelen, gangpad, drukknoppen, prullenbakjes, camera’s. En bovenal de passagiers en de sfeer. Een sfeer die mede, misschien wel het meest, wordt bepaald door de chauffeur (dat merk ik vooral als ik halverwege een traject de bus overneem van een ander). Ik doel op sfeer die niet alleen betrekking heeft op de verhouding tussen passagiers en chauffeur, maar ook op de mate waarin onderling wordt gepraat en gelachen of op de rust die er is om te peinzen en je te laten leiden door het ritme van het landschap buiten. Een sfeer als onzichtbare verbinding tussen alles wat is.
Ik geloof dat door de jaren mijn rol wat is veranderd, daartoe geïnspireerd door deze onbepaalde verbondenheid in de bus. Ik bewoog (en beweeg nog steeds) van ‘handhaver’ naar ‘gastheer’. Als ik nu naar iemand toega om hem of haar erop te wijzen dat het luide telefoongesprek een ander tot last kan zijn, dan is dat – niet altijd maar wel als ik ‘wakker’ ben – op vriendelijke toon en vanuit zorg voor de overige passagiers (en mijzelf). Vroeger wees ik op de regels en sprak ik bars (‘.. en doe je moeder van ons allemaal de groeten!’). Ook anderen schrokken dan wel. Toen was ik geloof ik nog een beetje bang voor mensen of zoiets. Ook met de ruimte verbond ik me nog niet. Bovenal niet met mezelf. Ik denk dat ik dat bedoel met al of niet ‘wakker’ zijn.
De ander is in die jaren met mij mee veranderd. Alsof je elkaar kunt ‘wekken’. Vorige week stapte ik op een paar druk pratende knapen af om hen te vragen of ze wilden stoppen met het voortdurend uitspreken van k-woorden, omdat er mensen om hen heen zaten die dat vervelend zouden kunnen vinden. Al bij het instappen hadden we contact, die jongens en ik, ‘hoi!’, een glimlach (onzekere stoerheid soms)… , bijna alles begint bij de instapdeur. De jongens keken geschrokken op. ‘Oh….,ja…., sorry meneer, dat gaat zo vanzelf, maar het is natuurlijk wel k.. als andere mensen…’. Hij beet op z’n lippen en we lachten. Ook passagiers om ons heen. De verbinding bleef in stand. Meer dan dat.
Rustend op een keerpunt loop ik vaak door de bus, ruim wat rommel op, ga op een willekeurige stoel zitten of op de achterbank liggen, bijt in een beurse peer en voel: dit is mijn ontvangstruimte, hier mag ik veiligheid, vriendelijkheid, comfort aanreiken, hier mag ik bijdragen aan andermans welbevinden. Op zo’n moment heet ik mezelf even welkom. Als gastheer, in beweging.

Categorieën: Eelco van der Meulen, Columns
Tags: , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

1 reactie op Halte Hertenkamp – Een sfeer als onzichtbare verbinding tussen alles wat is

  1. Gerard Pollet schreef:

    Een opmerkelijke tekst die “eelco” heeft geschreven over zijn chauffeur-zijn op de bus. Originele visie, interessant, positief, boeiend. Gewoonweg prachtig. (waar rijdt die bus?)
    gepol

Menu