Na volgende week mag ik na een periode van hartenpijn (en marsepein) opnieuw rijden in de bus. Dan kan ik mijn woorden weer putten uit de avonturen die ik achter het stuur mag beleven. Tot die tijd moest en moet u het met woorden vanachter de schrijftafel doen. Laat ik direct van de gelegenheid gebruik maken om u te laten weten dat ik in alle bescheidenheid tussen al die belangwekkende artikelen af en toe graag een beetje luchtigheid probeer in te brengen en soms zelfs wat spot. Die spot, moet u weten, heeft nooit op u betrekking (wie ben ik om…). Mijn eigen begeerten en afkeren, mijn weten en mijn niet-weten, kortom mijn struikelend zoeken op en rond het achtvoudig pad staan model voor mijn teksten. Mocht u zich eraan stoten, laat dat dan alstublieft weten. Geen van mijn zinnen is onmisbaar. Dan nu de column van deze week.

´Goed, vorige week hebben we het over de geest gehad. Wie weet nog welke archetypen we onderscheiden?’
‘Zij die het weten en zij die het niet of niet zeker weten, juf’.
‘Goed zo Henkie! Hoe noemen we ze ook wel, Frieda?’
‘De weter is de speculant, omdat hij alles inzet op één waarheid. De niet-weter noemen we de reflector omdat hij elke waarheid terugkaatst’.
‘Mooi, Annelies! En doen ze beiden aan onderzoek?’
‘Ja juf, de weter zoekt bewijzen voor wat hij al weet. De niet-weter zoekt betere vragen bij de vragen die hij al had.’
‘Goed, vandaag gaan we het over het lichaam hebben. Heeft iedereen zich voorbereid?’
‘Ik niet, juf, want ik wist het al’.
‘Zo Pietje, dat gaan we dan meemaken’.
‘Wat is het belangrijkste stofje in het lichaam?’
‘Twijfel, juf. Bij de weter verzamelt die stof zich diep in het lichaam, rond het hart. Bij de niet-weter zit het door het hele lichaam. Van het topje van elk haartje tot in de uiteinden van tenen en vingers’.
‘Jij hebt goed gestudeerd, Mark! Waar kun je aan zien wie een weter is en wie een niet-weter?’
‘Een weter staat rechtop en heeft een stevige tred in rechte lijn. Hij praat veel en luid. De gelaats- en lachspieren staan strak. Een niet-weter heeft een los lichaam en beweegt zigzaggend over de weg. Je ziet hem vaak lachen of huilen. Zij stem is zacht en onvast.’
‘Juf, mag het raam dicht? Ik krijg een stijve nek’.
‘Dat wordt misschien wel wat benauwd, Pietje,  maar als het beter voor jou is mag het raam wel even dicht’.
‘Welke lichamelijke klachten kunnen bij beide archetypen opspelen?’
‘De speculant wordt met de jaren wat stijver in de gewrichten, ook in de halsstreek, waardoor hij de omgeving steeds minder ziet. Op later leeftijd kan het gebeuren dat zijn hart dichtslibt met verstorven twijfel en hij uiteindelijk helemaal niet meer kan bewegen. De reflector stapt steeds in valkuilen en stoot z’n hoofd vaak. Hij loopt veel littekens op. Boven de vijftig kan hij daarnaast volkomen verdwaald zijn, ook binnen zichzelf’.
‘Een tien met een griffel, Annabel! Hoe noemen we ze dan ook wel, Peter?’
‘De weter op leeftijd een kei, omdat hij veel weet, zeer wordt gerespecteerd en niet meer kan bewegen. Een oudere niet-weter wordt ook wel wijze of dichter genoemd.’
‘Goed zo! Wie weet al wat hij of zij wil worden?’
‘Ik een weter, juf, en van beroep buschauffeur, want dan ken je ieders uiteindelijke bestemming’.
‘Dat gaat je vast lukken, Pietje. En jij, Frieda?’
‘Ik weet het niet, juf’.
‘Dat is een heel mooi antwoord. Wil je daar voor de volgende keer een column over schrijven? Goed, volgende week behandelen we in deze reeks over Boeddhisten de ware aard. Lees alvast de stof goed door!’
‘Ik niet, juf. Ik weet het al’.
‘Dat vermoedde ik reeds, Pietje. Doe het raam maar weer open’.

 

 

Categorieën: Eelco van der Meulen, Columns
Tags: , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

1 reactie op Halte Hertenkamp – ‘Juf, mag het raam dicht? Ik krijg een stijve nek’.

  1. FJ schreef:

    Lief, die intro. “Struikelend zoeken”, raakt me.

Menu