Bij uitgeverij BODHI is het vierde deel (het Salayatana-Vagga – Het Deel der zes zintuiggebieden) van “De verzameling van thematisch geordende leerredes” van de Boeddha verschenen. Met het verschijnen van dit vierde deel (deel vijf verscheen reeds eerder) is de integrale Nederlandse vertaling van de Samyutta-Nikaya voltooid.

De vertalers, Rob Janssen & Jan de Breet, zijn inmiddels begonnen met het volgende (vijf jaren)-project: de integrale vertaling van de Anguttara-Nikaya, “De verzameling van numeriek geordende leerredes” van de Boeddha (in 5 delen). Deel één daarvan zal waarschijnlijk najaar 2015 verschijnen.

DE VERZAMELING VAN THEMATISCH GEORDENDE LEERREDES

Deel 4: Het Deel der zes zintuiggebieden (Saḷāyatana-Vagga).

Klassiek tekstbibliotheek deel 4 Rob Jansen en Jan de BreetDit boek bevat een integrale vertaling van het vierde Deel (Vagga) van de Saṃyutta-Nikāya (SN), ‘De verzameling van thematisch geordende leerredes’ van de Boeddha. De Saṃyutta-Nikāya is in de traditionele telling, na de Dīgha- en de Majjhima-Nikāya, de derde verzameling in de Sutta-Piṭaka (de ‘Mand van de leerredes’ van de Boeddha) van de Pali-Canon.

De hele Saṃyutta-Nikāya bestaat uit 56 boeken (saṃyutta’s) die elk een bepaald thema behandelen en waarvan er in dit vierde Deel 10 zijn opgenomen. Dit Deel wordt het Saḷāyatana-Vagga, ‘Het Deel der zes zintuiggebieden’, genoemd. Deze naam is ontleend aan het eerste ‘boek’ van dit Deel: ‘Het boek der zes zintuiggebieden’ (Saḷāyatana-Saṃyutta). Zoals ook het geval is bij de twee voorafgaande Delen, wordt dit Deel overheerst door het eerste saṃyutta dat ongeveer de helft ervan in beslag neemt. Het belang van de zes zintuiggebieden moge blijken uit het feit dat de Boeddha ze in het eerste boek ‘het al’ noemt en daarmee aangeeft dat de gehele menselijke ervaring tot deze zes gebieden gereduceerd kan worden. Het volledig doorgronden van de structuur van de ervaring leidt tot verlossing van lijden. Het tweede boek (over gevoelens) sluit inhoudelijk hier op aan. De overige acht boeken behandelen andere thema’s.

Drs. J.A. de Breet is indoloog en studeerde af aan de Rijksuniversiteit Leiden met een scriptie over een Sanskriettekst uit de Mahāyānatraditie van de Perfectie van Inzicht. Prof. dr. R.H.C. Janssen is emeritus hoogleraar in de klinische psychologie en de persoonlijkheidsleer aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij is tevens psychotherapeut. Aan de Rijksuniversiteit te Leiden studeerde hij bij Prof. dr. T.E. Vetter Pali en Sanskriet. Jan de Breet en Rob Janssen bezorgden naast een integrale vertaling van de Saṃyutta-Nikāya (De verzameling van thematisch geordende leerredes) tevens vertalingen van de Dīgha-Nikāya (De verzameling van lange leerredes), de Majjhima-Nikāya (De verzameling van middellange leerredes) en van delen van de Khuddaka-Nikāya (De verzameling van korte teksten).

‘De verzameling van thematisch geordende leerredes’ is verschenen in 5 delen:

Deel 1: Het Deel der verzen (Sagātha-Vagga) [ ISBN 978 90 5670 229 8 ]

Deel 2: Het Deel der oorzaken (Nidāna-Vagga) [ ISBN 978 90 5670 230 4 ]

Deel 3: Het Deel der geledingen (Khandha-Vagga) [ ISBN 978 90 5670 231 1 ]

Deel 4: Het Deel der zes zintuiggebieden (Saḷāyatana-Vagga) [ ISBN 978 94 92166 00 5 ]

Deel 5: Het grote Deel (Mahā-Vagga) [ ISBN 978 90 5670 233 5 ]

Deel 4: Het Deel der zes zintuiggebieden (Saḷāyatana-Vagga). Vertaald uit het Pali, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Jan de Breet & Rob Janssen. 448 p., genaaid gebonden met stofomslag, €44,95. ISBN 978 94 92166 00 5

Deel 4: Het Deel der zes zintuiggebieden (Saḷāyatana-Vagga) is verschenen bij uitgeverij BODHI. Nieuwerkerk a/d IJssel | www.bodhi-instituut.nl mail  gerolfthooft@gmail.com Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel en ook online (zoals bijv. bij bol.com)

Lezing in Leiden

Prof. dr. Rob Jansen, voorzitter van de stichting Vrienden van het Boeddhisme (VvB), las op 16 november 2014, tijdens de najaarsbijeenkomst van de VvB in het Museum Volkenkunde in Leiden sutta 3.34 uit de Anguttara-Nikaya (de verzameling van numeriek geordende leerredes van de Boeddha voor- en gaf er een korte uitleg bij.

Prof. Rob Janssen en drs. Jan de Breet

Prof. Rob Janssen en drs. Jan de Breet

Rob Jansen: ‘Dit sutta handelt over de oorzaken van karma. Karma wordt geboren uit hebzucht (of begeerte), haat en verwarring. Van dit karma moet men de vrucht ervaren in dit leven of in een volgend leven, zoals zaad dat uitgestrooid op vruchtbare grond opkomt. Dat kan zich afspelen in de dierenwereld, in het rijk van de hongerige geesten, in de mensenwereld of in de godenwereld. De Boeddha houdt ons echter voor dat volledige vernietiging van karma bereikt kan worden. De mens kan door een innerlijke ommekeer al de effecten van zijn daden volledig vernietigen, namelijk door het opgeven van hebzucht, haat en verwarring. De Boeddha vergelijkt dit met het verbranden van zaad tot as dat vervolgens uitgestrooid wordt in de wind. Dit zaad kan nooit meer opkomen. De mogelijkheid van vernietiging van karma in dit sutta is opmerkelijk, omdat we in de meeste andere teksten van de Canon lezen, dat de effecten van karma niet te ontlopen zijn: ‘de mens is de erfgenaam van zijn daden.

Paragraaf 2 biedt enige moeilijkheden, die te maken hebben met onzekerheid over de juiste Pali-tekst. Helaas zijn de manuscripten unaniem in hun lezing, alleen de commentatoren hebben een probleem gezien. In een voetnoot hebben wij geprobeerd hier een mouw aan te passen.’

De tekst van de sutta.

3.34. Oorzaken

Monniken, er zijn drie oorzaken voor het ontstaan van karma. Welke drie? Hebzucht is een oorzaak voor het ontstaan van karma, haat is een oorzaak voor het ontstaan van karma en verwarring is een oorzaak voor het ontstaan van karma.

(1) Het karma, monniken, dat door hebzucht tot stand gebracht is, dat uit hebzucht geboren is, dat hebzucht als oorzaak heeft, dat ontstaan is uit hebzucht, rijpt waar het individu optreedt; waar dat karma rijpt, daar ervaart men de vrucht van dat karma, hetzij in dit leven of na wedergeboren te zijn of nog op een volgende keer.

(2) Het karma dat door haat tot stand gebracht is, dat uit haat geboren is, dat haat als oorzaak heeft, dat ontstaan is uit haat, rijpt waar het individu optreedt; waar dat karma rijpt, daar ervaart men de vrucht van dat karma, hetzij in dit leven of na wedergeboren te zijn of nog op een volgende keer.

(3) Het karma dat door verwarring tot stand gebracht is, dat uit verwarring geboren is, dat verwarring als oorzaak heeft, dat ontstaan is uit verwarring, rijpt waar het individu optreedt; waar dat karma rijpt, [135] daar ervaart men de vrucht van dat karma, hetzij in dit leven of na wedergeboren te zijn of nog op een volgende keer.

Boeddhahoofd late vijfde begin zesde eeuw. Foto MetStel, monniken, dat er zaden die intact zijn, niet rot, niet aangetast door wind en zon, vers en goed bewaard, gezaaid zouden worden in goed geprepareerde grond op een goed veld, zodanig dat ze gunstig liggen, en de hemel zou van tijd tot tijd een flinke regenbui verschaffen. Op die manier zouden die zaden zeker tot groei, ontwikkeling en ontplooiing komen. Evenzo rijpt het karma, monniken, dat door hebzucht … haat … verwarring tot stand gebracht is, dat uit verwarring geboren is, dat verwarring als oorzaak heeft, dat ontstaan is uit verwarring, waar het individu optreedt; waar dat karma rijpt, daar ervaart men de vrucht van dat karma, hetzij in dit leven of na wedergeboren te zijn of nog op een volgende keer.

Dit, monniken, zijn de drie oorzaken voor het ontstaan van karma.

  1. ‘Monniken, er zijn nog drie oorzaken voor het ontstaan van karma. Welke drie? Verdrijving van hebzucht is een oorzaak voor het ontstaan van karma, verdrijving van haat is een oorzaak voor het ontstaan van karma en verdrijving van verwarring is een oorzaak voor het ontstaan van karma.

(1) Het karma, monniken, dat door verdrijving van hebzucht tot stand gebracht is, dat uit verdrijving van hebzucht geboren is, dat verdrijving van hebzucht als oorzaak heeft, dat ontstaan is uit verdrijving van hebzucht, wordt opgegeven als hebzucht verdwenen is; het wordt bij de wortel afgesneden, tot een uitgegraven palm gemaakt, tot iets wat niet meer kan ontstaan gemaakt, niet meer in staat om in de toekomst op te komen.

(2) Het karma dat door verdrijving van haat tot stand gebracht is, dat uit verdrijving van haat geboren is, dat verdrijving van haat als oorzaak heeft, dat ontstaan is uit verdrijving van haat, wordt opgegeven als haat verdwenen is; het wordt bij de wortel afgesneden, tot een uitgegraven palm gemaakt, tot iets wat niet meer kan ontstaan gemaakt, niet meer in staat om in de toekomst op te komen.

(3) Het karma dat door verdrijving van verwarring tot stand gebracht is, dat uit verdrijving van verwarring geboren is, dat verdrijving van verwarring als oorzaak heeft, dat ontstaan is uit verdrijving van verwarring, wordt opgegeven als verwarring verdwenen is; het wordt bij de wortel afgesneden, tot een uitgegraven palm gemaakt, tot iets wat niet meer kan ontstaan gemaakt, niet meer in staat om in de toekomst op te komen.

Stel, monniken, dat er zaden zouden zijn die intact zijn, niet rot, niet aangetast door wind en zon, [136] vers en goed bewaard. Die zou een man in een vuur verbranden, tot as maken, in een sterke wind laten verwaaien of door een snel stromende rivier laten meevoeren. Op deze manier zouden die zaden afgesneden zijn bij de wortel, tot een uitgegraven palm gemaakt, tot iets dat niet meer kan ontstaan gemaakt, niet meer in staat om in de toekomst op te komen. Evenzo wordt het karma, monniken, dat door verdrijving van hebzucht … van haat … van verwarring tot stand gebracht is, dat uit verdrijving van verwarring geboren is, dat verdrijving van verwarring als oorzaak heeft, dat ontstaan is uit verdrijving van verwarring, opgegeven als verwarring verdwenen is; het wordt bij de wortel afgesneden, tot een uitgegraven palm gemaakt, tot iets wat niet meer kan ontstaan gemaakt, niet meer in staat om in de toekomst op te komen.

Monniken, dit zijn nog drie oorzaken voor het ontstaan van karma.’

Het karma dat een onwetende [heeft voortgebracht] geboren uit hebzucht, uit haat en verwarring, of het nu weinig is of veel is, dat kan alleen hier  ervaren worden, er bestaat geen andere plaats.

Daarom moet een wijze [elke daad opgeven], die geboren is uit hebzucht, haat en verwarring. Een monnik moet weten laten opkomen en alle slechte bestemmingen opgeven. (1140)

Klik hier voor de video met de door Rob Jansen uitgesproken tekst

 

 

 

Categorieën: Boeddhisme, Boekbespreking, Nieuws
Tags: , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

1 reactie op Integrale Nederlandse vertaling van de Samyutta-Nikaya voltooid

  1. De weledelgeleerde heren Jansen en De Breet vertalen potdosie sneller dan ik begrijpend kan lezen. Petje af hoor.

Menu