Stel, je bent nietsvermoedend naar bed gegaan en in slaap gevallen. Het volgende dat je ervaart is dat je op een toneel staat, het doek gaat op en je hebt de aandacht van een groot publiek. Duizend paar ogen staren je verwachtingsvol aan. Wat gaat er dan door je heen? Wat vraag je je af? Waarschijnlijk komen er vragen bij je op als: Slaap ik nog en is dit een droom? En hoe kom ik daarachter? Waar bevind ik mij precies en hoe ben ik hier terecht gekomen? Kan ik erop vertrouwen dat dit nu even zo blijft, of kan alles ook zomaar weer anders zijn? Wordt het ooit nog anders? Kan ik hier wegkomen? Wat wordt er trouwens van me verwacht? Kan ik zelf aan deze toestand iets veranderen? Dat soort vragen.

Het zijn de vragen die mensen zich al millennia stellen over hun realiteit. Het zijn ook de vragen waarop filosofen vanaf zo’n 500 v. Chr. op hun manier beginnen te reflecteren. Het gaat in de filosofie niet om allerlei concrete vragen die ons kunnen verontrusten: Heb ik een ziekte onder de leden? Waar haal ik de tijd vandaan om, naast mijn overvolle baan, een goede tandarts op te sporen en ook nog mijn belastingformulieren op tijd ingevuld te krijgen? Het gaat in de filosofie ook niet om problemen die door wetenschappers geformuleerd worden en waarop zij via empirisch onderzoek antwoorden proberen te vinden. Als mensen filosoferen, denken ze over de zogenaamde ‘grote vragen’ van het bestaan: Wat is werkelijk en wat is schijn? Wat moet ik doen, hoe moet ik leven? Wat is rechtvaardigheid? Zijn we vrij of gedetermineerd? Wat is dat eigenlijk, vrijheid? Hoe geef ik mijn leven zin? Wat bedoel ik met ‘zin’? Hoe krijgen woorden betekenis? Wat is de mens – geest, brein, ziel, lijf, een combinatie daarvan, of nog weer wat anders? Het zijn vragen waarop we wellicht nooit een definitief antwoord vinden, maar die ons niet loslaten. Volgens de achttiende-eeuwse filosoof Immanuel Kant is het typerend voor de mens met dit soort vragen bezig te zijn.

De vier ‘grote vragen’ van Immanuel Kant vormen de leidraad van deze heldere inleiding in de filosofie:

Wat kan ik weten?
Wat moet ik doen?
Wat mag ik hopen?
Wat is de mens?

Onno Zijlstra brengt in zijn boek Een zekere twijfel de vragen tot leven en weet de antwoorden die grote denkers in de loop van de tijd op die fundamentele vragen hebben gegeven stimulerend te beschrijven. Hij verbindt de alledaagse werkelijkheid op een verfrissende wijze met de ideeën van de grote filosofen. Omdat de antwoorden vaak opvallend uiteenlopen, worden we uitgedaagd mee te denken en positie te kiezen.

De rake tekeningen van Rudy Simon komen volgens de uitgever daarbij goed van pas.

Een zekere twijfel, Inleiding in de westerse filosofie
Uitgeverij Damon
Auteur : Onno Zijlstra
ISBN: 9789463401326
Omvang: 240 pagina’s
Uitvoering: Paperback, geïllustreerd

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu