Als bewuste eter zie ik me dagelijks geconfronteerd met dilemma’s en heb soms moeite met het vinden van de gulden middenweg. Mijn oma (1903-1995) was een zeer bewuste eter, ze hield er nogal vreemde en voor haar omgeving lastige principes en overtuigingen op na. Zo geloofde ze dat vers brood ongezond is, en liet haar, en ons, zuurdesembrood eerst oud worden voordat ze er met een groot mes dikke, en voor kinderen nauwelijks te kauwen, plakken van af sneed. Mijn moeder heeft dankzij oma al jong leren koken en bakken. Ik kan me een ruzie herinneren tussen mijn oma en haar zus. Ze waren samen groentesoep aan het koken, en mijn oudtante bond de soep met een papje van eidooier, melk, en meel. Toen mijn oma dat zag werd ze woest, want witte tarwemeel was in haar ogen vergif, en melk en eidooiers waren ook niet gezond. Nu moet ik toegeven dat het toevoegen van eieren, boter, melk, room, kaas, en dergelijke aan gerechten meestal leidt tot meer genot aan tafel. Mijn sober levende oma was overigens net als haar net iets minder sober levende zus rooms-katholiek. Ze hadden alle twee een andere gulden middenweg.

Een dagelijks dilemma is hoe de havermoutpap, die ik graag voor mijn ontbijt eet, te koken. De perfecte havermoutpap, qua smaak, maak je in mijn beleving door per persoon ca. 40 gram havermout een nachtje te weken in ca. 1 dl water, en de volgende dag kort te koken met 250 ml volle biologische melk en een snufje zout. Serveren met een scheutje ahornsiroop en een paar in stukjes gesneden (liefst verse) dadels. Maar als bewuste eter wil ik eigenlijk minder of geen zuivel meer gebruiken, want waar zuivel is, worden op een ruwe manier koeien van hun pasgeboren kalfjes gescheiden. Marianne Thieme zegt: “Naast een glas melk ligt in feite gewoon kalfsbiefstuk. Er moeten kalfjes geboren worden om melk te krijgen”. (http://www.vleeswijzer.nl/player/player.php?flvPath=../sites/default/files/Marianne Thieme.f4v). In de herfstvakantie, vorige week, hebben we met eigen ogen kunnen zien hoe op een boerenerf in Frankrijk pasgeboren kalfjes eenzaam en alleen stonden of lagen in een soort hondenhok. Kistkalveren mogen niet meer, maar deze “eenlingboxen” zien er ook niet uit alsof ze bijdragen aan het geluk van levende wezens. Ik geloof niet dat de oude geschriften veel licht kunnen werpen op deze hedendaagse praktijken in de melkveehouderij.

Havermoutpap WikimediaHavermoutpap kun je behalve met melk ook koken met sojamelk of gewoon met water, en ook dat doe ik soms, maar helaas vind ik dat minder lekker, om van mijn huisgenoten maar te zwijgen. Biologische melk dus voorlopig als middenweg. Weet iemand mij te vertellen hoe in de biologische melkveehouderij met kalfjes wordt omgegaan?

In hoeverre mag je als b’eter genieten?  Ik vroeg het aan Joop Ha Hoek en dit is wat hij me antwoordde:

“…  een boeddhist mag, ik vind zelfs moet, genieten, van het leven, van de dingen in zijn omgeving, lekker eten ook, maar er niet verslaafd aan raken. Het is zoals het is. Als een worteltje wat verkleurd is, okay. Als er geen wortels zijn: prima. Boeddhisten nemen niet wat ze niet gegeven is. Sommige nemen dat heel nauw en gaan dood van de honger als ze geen eten aangeboden krijgen. Ik zal zelf bij anderen ook niet zo gauw in de koektrommel grijpen…

Als ik zelf een kop koffie drink of een lekker gerecht eet, doe ik dat met aandacht. Ik geniet met volle teugen in het besef dat achter zo’n kop koffie zoveel mensen staan. De planter van de struik, de plukker, de transporteur, de brander, de verpakker en de winkelier. Bonen kunnen alleen maar gebrand worden als er een hittebron is –gas, elektriciteit, opgewekt door mensen- de struik kan groeien en bloeien door regen en zon en wind. Mensen brengen het water naar de velden. De transporteur kan alleen bezorgen omdat er wegen zijn, aangelegd door mensen. En benzine wordt gemaakt, en auto’s en kleding. Zo grijpt alles in elkaar, alles is van elkaar afhankelijk, alles is vergankelijk. In al die fasen genieten mensen van hun werk. Soms niet: slavenarbeid.

Genieten en genot hebben ook met respect te maken. Geen eten laten staan of weggooien. De smaak ervaren. Het respect geldt niet alleen voor voeding en voedsel, maar ook voor seks, autorijden, praten, tv-kijken (al wordt dat door sommige boeddhisten als een vorm van verslaving gezien).

Er zijn verschillende boeddhistische stromingen, met eigen interpretaties. Maar in alle gevallen geldt: niet hechten, loslaten. Genieten mag, genot ervaren ook, maar er niet aan verslaafd raken. Dat is grijpen, hechten, in de ban raken van. Na een tijdje wordt genieten, het genot, gewoon en zegt onze geest, dat vervelende ventje, altijd uit op een kick: ik wil wat anders. Een nieuwe partner, auto, servies, ander gerecht. Maar omdat we in de kringloop van samsara zitten, het rad van wedergeboorte, gaan ook die nieuwe partner, auto, servies en gerecht weer vervelen. En begint het gejaag weer opnieuw. Het genieten, het genot, eindigt altijd en als we hechten en blijven hechten veroorzaakt dat lijden. Door training – meditatie- kunnen we eraan ontsnappen. We zien en ruiken de heerlijke schotel, genieten er met volle teugen van, er is genot, maar als er een bruut de kamer binnendringt die de schotel steelt, is dat ook prima. Het is zoals het is.…

Het doden van dier en plant. Soms heb ik er zelf ook moeite mee om een krop sla in stukken te scheuren. Ik bied dan altijd vooraf mijn verontschuldigingen aan de krop aan. Meer een oefening voor mezelf, denk ik.”

Dadels

Dadels

Wie niks wil doden, zelfs geen plant, kan rijpe vruchten eten. Vruchten zijn bedoeld om door dieren (inclusief de mens) opgegeten te worden. De zaden kunnen gezaaid worden in vruchtbare grond. Het verhaal gaat dat Steve Jobs, oprichter en voormalig directeur van de computerfirma Apple in de zeventiger jaren fruitariër was en hij kwam volgens eigen zeggen zo op het idee de firma “Apple” te noemen. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Fruitarisme)

Lang leve de middenweg. Toch heb ik vandaag gekozen voor een puur plantaardig recept, zo’n recept dat volgens mij gewoon goed is zoals het is en niet doet verlangen naar boter, room of eieren.

Dadelmuffins voor het bakken.

Dadelmuffins voor het bakken.

Recept voor 12 dadel-walnootmuffins

– 1 pakje dadels (250 gram), ontpit en in grof gehakt

– ¼ kopje zonnebloemolie

– ¾ kopje kokend water

– zakje vanillesuiker

– 1 ½ kopje zelfrijzend bakmeel, of meel naar keuze met 1 theelepel bakpoeder

– ½ kopje (riet)suiker

– ½ kopje walnoten, grof gehakt

Dadelmuffins na het bakken.

Dadelmuffins na het bakken.

Verwarm de oven voor op 200 graden, vet muffinvormpjes in, of gebruik papieren of siliconen vormpjes. Meng in een kom de eerste vier ingrediënten, meng in een andere kom de overige drie. Roer dan alles snel door elkaar en spatel het mengsel in de muffinvormpjes. Bak ca. 25 minuten gaar en bruin. Denk bij het eten aan dadelpalmen, notenbomen, zonnebloem-, suikerriet- en graanvelden.

NB Peter van Loosbroek schrijft op zijn site Sleutel tot inzicht (http://www.sleuteltotinzicht.nl/) over verlangen en genot: bijvoorbeeld zie  http://www.sleuteltotinzicht.nl/wbk.htm#pañca nirvana

 

 

 

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

2 reacties op B’eter Dilemma’s en dadel-walnootmuffins

  1. Nic schreef:

    Ja, dadelpalmen in de zon. Zo’n gedachte is zeer welkom als het buiten kouder wordt en grauwer.
    Een heerlijk stuk om te lezen rond ontbijt tijd.

  2. Anna Konter schreef:

    Heerlijk, de recepten van Jana. En haar tekst altijd ingebed in maatschappelijk relevante gegevens en situaties. Blijf ons verrassen, Jana. Dank je wel.

Menu